Anschach - Sankt Polten

Klik hier voor video verslag

17 Mei, Etappe 5: Anschbach  Sankt Pölten

Ik word wakker. Lennart wordt ook wakker. Niet op een gewone manier. Niet door gesnurk deze keer, ook niet van vriendelijk fluitende vogeltjes of zo. Nee, wij worden enorm wreed wakker gemaakt. Nee, wreed is niet het juiste woord. Dat linkt nog iets te lief. Ongebruikelijk, ongewoon; ronduit asociaal was het. Zo van “HE SAN, IN WELKE KAMER ZIT JE????” Denk je dat dit om een uur of acht was of zo? Nee,om vijf minuten over zes. Kun je het voorstellen? De renners worden wakker gemaakt, omdat of afdeling Routing en Logistics, of de afdeling verkeersveiligheid, of de afdeling camera techniek, de hotelkamernummers niet uit elkaar weet te houden. Dat kan toch niet zomaar? Prioriteit in de wielerploeg is toch, dat de renners hun welverdiende rust krijgen? Gaan we morgen bij de breefing in de groep gooien neem ik me voor. Twee minuten later, gaat de wekker. Het is 06:55 uur. We stellen vast, dat we toch direct weer ingedut zijn en nog zo’n drie kwartier geslapen hebben. Ik ben van plan om met een markeerstift de namen op de kamerdeuren te gaan schrijven. Op risico van uit het hotel gezet te worden. Kwart over zeven ben ik beneden en sorteer het wasgoed. Onder het gebot van twee verse broodjes. Gewoon zo uit het vuistje, omdat mijn verschrikkelijk maag rammelt. Snap je dat nou. Gisteren anderhalf bord macaroni met kipschnitzel en ’s morgens gewoon weer rammelen. We ontbijten traditie getrouw om 08:00 uur. Een lekker gekookt of gebakken eitje erbij. Super ontbijtje. 08:45 uur wordt het interview gehouden. Met Willy en Kees, de chauffeur deze keer. In het engels, zodat de buitenlandse kijkers er ook iets aan hebben. 9:00 uur vertrekken we. Met de helmcam bij Michael op de helm vastgezet. Hup de afdaling in en op weg naar de Donau. We zitten in de zesde etappe alweer. Wat gaan de dagen toch snel. We zijn 10 kilometer op weg en ik krijg een signaal van mijn maag. Die knort. Wat? 5 broodjes, een ei, een stukje cake met kwark, een halve appel, een glas jus d’ Orange en twee bakken koffie. En dan gaat je maag een half uurtje later gewoon knorren. Wat doe je in zo’n geval? Dan nuttig je een sneetje peperkoek uit je rugzakje en een energiereep. He he, daar knap je van op. Het klopt dus echt, wat Michael Boogerd op een klim clinic antwoordde op de vraag: “Eet je iets specifieks als je koerst?”. “Ja, alles wat los en vast zit”. Het is echt zo. Eten, eten en gewoon honger blijven krijgen. We komen bij de Donau en moeten het fietspad op. Waar is dat fietspad? Willy houdt links aan en rijdt even een flink stuk door, om te kijken waar dat pad begint. Niet te vinden gewoon. Hij komt terug. Na wat heen en weer gerij wordt plotseling ontdekt, dat de fietspad aan de tegenoverliggende zijde begint. Typisch een geval van: Hè hè, ik zoek mijn paard en ik zit erop. De route langs de Donau is prachtig. Wat een brede rivier is het. Het lijkt wel een stuwmeer. Mooie uitzichten en best wel veel heuvels langs de oevers, waar op verschillende plekken, hele mooie kerkjes of abdijen staan. Ik wil even iets vertellen, over het rijden in de groep. Dat gaat na 5 etappes heel erg goed. Er wordt goed geanticipeerd en het loopt heel soepeltjes. Er wordt steeds minder geroepen, omdat de meeste situaties steeds beter aangevoeld worden. Soms nog even “GAT!!!!”als er een stuk asfalt ontbreekt in het wegdek. Vooral in een afdaling kan dat fataal zijn, als die door iemand over het hoofd gezien wordt. Vlak voor de eerste stop, zagen we een abdij liggen op een tamelijke hoogte. Door wat klimwerk, rijden we er even later gewoon langs. Wat gaaf is dat toch. We stoppen in Mitterkirchen, bij Gasthof Haberl, met 75 kilometer op de teller. Daar werk ik een compleet lunchpakket naar binnen. Kun je dat voorstellen? Een krentenbol, een koffiekoek en een mars. Waar blijft dat allemaal? De 2e stop, op 155 kilometer, houden we tamelijk kort. Een bakkie koffie en voor de afwisseling weer een lunch pakketje en weg zijn we weer. De kilometers vliegen er door. We hebben de straffe wind redelijk van achter, dus we houden een snelheid van rond de 35 km/uur aan. Natuurlijk niet, wanneer we wat moeten klimmen, dan houden de koplopers uiteraard iets in, tot het weer vlak wordt en dan groeperen we weer. Wanneer we iets afdalen, loopt de snelheid op tot 40 kilometer per uur. De kilometers vliegen er echt heel erg hard door. In de laatste 20 kilometer zit nog een leuk klimmetje van 10 %. Danny zittend op een traytje cola in de achterbak van de volgbus, schiet prachtige beelden van de klimmende renners. Boven gekomen, trapt Ton de koppeling in en Danny vliegt met grote vaart de bus verder in. Onder grote hilariteit van de renners en onder een hele hoop “gehier en gunter” vanuit de laadruimte. Mooi man, op zo’n toer beleef je nog eens wat. Om 17:45 zijn we bij het hotel en parkeren de fiets in de garage. Met 204 kilometer op de teller. Niet slecht voor een stel amateur renners. We hebben allemaal deze etappe weer overleeft. Hier en daar begint er wat slijtage op te treden en Johnny onze fysiotherapeut zal vanavond een hoop bezoekers krijgen. Eergisteren was ik langs geweest voor mijn onderrug. Die was lekker opgeknapt, na de massage. Gisteren ben ik ook nog even langs geweest. Ik zal vbertellen hoe dat ging. Ik had eigenlijk nergens echt last van en dacht zo van. We hebben een peut, dus waarom zou ik er geen gebruik van maken? Ik heb zo vaak gehoord, dat dit goede uitwerking heeft. “Waar zittende klachten?”, vroeg Johnny, “Heb je ergens pijn? ”Nergens, ik voel alleen dat mijn bovenbenen wat gevoelig zijn”, antwoord ik. En aldus start Johnny bij mij de eerste echte sport massage en drukt quasi nonchalant in mijn spieren. “Hoe voel dit?”AAAAAHHHHAAAA”, dat voelt slecht. Ja zie je wel, die moeten echt gemasseerd worden. Sjonge jonge. “Ik vond je eerst best wel een aardige jongen”, vertel ik hem, als ik min pijn weet te verbijten. “Maar ik zet je nu op mijn lijstje in het rijtje bij de tandartsen!”. Vandaag heb ik vastgesteld, dat het echte werkt. Dus straks ga ik weer bij hem langs. Ik weet dat het weer afzien wordt, maar ook hiervoor geldt: “Alles voor de koers”. Zonder Johnny zouden we de streep waarschijnlijk niet halen. Morgen gaan we de 7e etappe rijden. Het voelt goed en we hebben er nog steeds alle vertrouwen in.