Voor een video verslag klik hier

18 Mei, Etappe 7: Sankt Polten ( Gyor ) Komarom
Gezoem. Het is pikkedonker. Geen wonder, want de rolluiken hebben we gisteravond gesloten. Omdat we aan de voorzijde slapen deze nacht. Dus het is lekker stil en inktzwart in de kamer. Het gezoem lijkt op het gebrom van een wekker. Hoe laat is het? Ik kijk op mijn GSM. Wat ???? 07:15 uur? Zijn we ons aan het verslapen? Hé Lennart, het is kwart over zeven. “Ja en”, hoor ik uit de verte, (ik slaap nog steeds met oordoppen in) “de wekkers staat op 07:30 uur. Nou ja dan gaan we er maar uit.” Aankleden en naar beneden voor de was. Die is al gesorteerd, dus zijn we echt vroeg. Naar de eetzaal en alvast een broodje of twee naar binnen werken. Dan kan de spijsvertering alvast aan de gang gezet, want gisteren was het aan de late kant. De fietsen zijn gisteren schoon weggezet, hoeven alleen een beetje olie op de ketting. Dus we houden wat tijd over, deze morgen. Ook wel eens lekker. Het ontbijt is weer dik voor mekaar. Lekkere broodjes, fruit, toetjes van diverse smaken. Goed hotel is het. De mensen zijn er vriendelijk en als je ziet wat ze gisteren allemaal gepresteerd hebben met het diner: Klasse!!!! De Waardin loopt heel moeilijk en met krukken, door een operatie die zij zojuist achter de rug heeft. Ze heeft haar dochter opgetrommeld, om het eten klaar te maken -wat eigenlijk niet de bedoeling was, omdat we buiten de deur zouden eten – en dat is prima gelukt. Het voorgerecht met een keuze uit drie soepen. Gemengde salade, als tweede gerecht en als hoofdgerecht de keuze uit drie menu’s. Nadat we snel bediend zijn, worden we getrakteerd op vruchtenijs met slagroom. Terwijl het hotel eigenlijk gesloten was. Fantastische mensen!! Kees houdt een korte breefing en geeft specifiek aan, dat we vandaag speciaal het wegdek en elkaar goed in de gaten moeten houden. Hier en daar vertoont het team slijtage plekken en die moeten opgevangen worden. Vandaag gaan we er een echte internationale etappe van maken. Van Oostenrijk, door Slowakije naar Hongarije. We prenten dat allemaal goed in onze oren en gaan ons klaar maken, voor het vertrek om 09:00 uur. En leveren de paspoorten in bij Kees, zodat we geen oponthoud zullen hebben aan de grenzen. Met een paar kilometer in de benen, beginnen we aan een klimmetje. Oeffff, we moeten met z’n allen echt nog wakker worden. Met een kilometer of 15 op de teller, rijden we Wenen binnen. Dat is best wel apart. Zo’n bekende cultuur stad binnen rijden op de fiets. “Ben je wel eens in Wenen geweest?” Je hoort het je buurman vragen die naast je zit op de eerstvolgende verjaardag. “Jazeker, daar ben ik wel eens naar toe gefietst”. Dat antwoord prent ik in mijn gedachte, zodra ik het bordje “WIEN” gepasseerd ben. Het moet er een beetje quasi nonchalant uit gaan komen, zodat ze zeker op gaan kijken wat dat nou weer te betekenen heeft. Ja, zulke dingen kunnen we straks gaan zeggen, als we terug in Nederland zijn. Met een kilometer of 30 zijn we weer buiten Wenen, zonder dat we echt iets van de cultuur hebben meegekregen. Onze jongens van Routing & Logistics hebben het accent op snel en veilig fietsen gelegd, dus diegenen die een beetje cultuur willen pikken, worden aangeraden op een ander tijdstip nog maar eens terug te fietsen. Iets buiten Wenen, passeren we het vliegveld. “Nu kiezen jongens”, roept Kees de chauffeur als we bij het vliegveld een korte plaspauze houden: “Met de fiets verder of met het vliegtuig terug”. We fietsen uiteraard met z’n negenen verder, richting Bratislava. Weldra rijden we in Slowakije. De wind is krachtig, de weg slecht en hobbelig Bij de pauze van de 75 kilometer ploffen we met z’n allen in de banken van “Gasthof Stöckl”. Blij dat we even warm zitten. Uit gewoonte (Ja, dat heb je opgebouwd met de eerste 6 etappes) openen we onze lunchpakketten en beginnen de brownies, krentenbollen en koffiekoeken naar binnen te werken, terwijl er koffie besteld wordt bij de serveerster. Die begint heel erg hard te mopperen, dat het geen stijl is om meegenomen eten in het restaurant te nuttigen. Zodra ze ziet, dat er ook nog een halfontkleedde coureur op de bank behandeld wordt door onze Johnny, zakt haar broek helemaal af. Figuurlijk dan welteverstaan. Na een korte tactische uitleg van onze ploegleider Kees, over wat we al zeven dagen aan het doen zijn, toont ze alle begrip en serveert ze de koffie met een lach uit. We zijn weer vrienden. Michael krijgt na de massage warmte pleisters op z’n rug .We gaan weer op weg en houden met z’n allen de boel bij elkaar en uit de wind. Die komt veelal op de zijkant en dat rijdt best wel lastig. Zeker met het passeren van vrachtauto’s en bussen, krijgen we het goed te verduren. Op 155 kilometer houden we de 2e stop. Bij Restaurant “Böcskey” in Dunaszeg. Inmiddels zitten we in Hongarije. Wat een plaatsnamen. Niet uit te spreken. Het is wel te proberen, we hebben onze Johnny bij ons, om een eventuele verzwikte tong weer in het gareel te krijgen. We vervolgen onze weg, we hebben zo’n 60 kilometer te gaan. In Bony treffen we een consternatie aan, dat ons doet denken aan 1953. De weg is afgezet, er staat water op en hele groepen met burgers is bezig met het vullen van zandzakken. Daar waar het water onder de weg door moet, gutst het water uit de duikers. Er staat enorm veel water op het land. Een grote strop voor de mensen, die het water aan de voordeur hebben staan. We hebben nu dan 214 op de dagteller staan en hebben inmiddels in totaal 1.417 kilometer afgelegd. We zijn er en we zijn nog steeds met z’n negenen! Een speciale dank vandaag aan Rob en Willy, die ons enorm goed en veilig hebben begeleid op de soms zeer smalle wegen met het drukke verkeer. We gaan douchen en eten. We zien jullie morgen op de 8e etappe!